Canon Verpleging en Verzorging

Welkom op de website van het Florence Nightingale Instituut! We beginnen natuurlijk met onze eigen canon van de verpleging en verzorging. Zo zie je hoe beide beroepen zich hebben ontwikkeld, met hoogte- en dieptepunten. Meer weten over die rijke geschiedenis? Laat je dan verrassen door onze themadossiers vol verhalen, foto’s, film en objecten over de verpleging en verzorging, vroeger en nu.

Zo kwam jouw vak tot bloei

Deze canon van de verpleging en verzorging geeft je een overzicht van de geschiedenis van de verpleging en verzorging door de eeuwen heen.Tussen 1830 en nu komen verplegen en verzorgen tot bloei. Hoogte- en dieptepunten, kleine en grote gebeurtenissen vormen samen deze canon van de zorg.

Soms gaat het om grootse innovaties, vaak ook om kleine stapjes die in de dagelijkse praktijk werden bedacht en doorgevoerd. Het verpleegkundige vak is permanent in beweging: er worden steeds nieuwe eisen gesteld, steeds nieuwe technieken ontwikkeld, steeds nieuwe posities ingenomen. Ontdek de canon van de verpleging in dit dossier.

<
>

Wie vroeger ziek was, had pech

Tegenwoordig vinden we het heel gewoon om bij ziekte naar een ziekenhuis te gaan. Daar zijn ze tenslotte voor! Artsen, verpleegkundigen en ander personeel staan klaar om ons te helpen. Dat was vroeger wel anders. Tot 1860 waren er geen ziekenhuizen zoals we ze nu kennen. Een plek dus waar je naar toe gaat om beter te worden. 

Er waren geen operatiekamers, geen verpleegkundigen en geen werkende medicijnen. Doktoren wilden wel, maar konden niet zoveel. Aderlaten, purgeren of een koude afwassing was zo’n beetje het hoogst haalbare. Was je ziek, dan bleef je dus gewoon thuis. Je moeder of ongetrouwde tante verzorgde je. Die hadden daar trouwens veel ervaring mee en deden dat vaak liefdevol. Het hoorde er gewoon bij.

<
>
1800 - 1880

Verplegen deed je thuis

Tot 1880 liet iedereen die het kon betalen zich thuis verplegen. Dit gebeurde vaak door naaste familieleden of religieuzen. Gasthuizen vingen de zieken op die niemand hadden om op terug te vallen. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw ontstonden de voorlopers van de hedendaagse ziekenhuizen. In die tijd was nog weinig bekend over oorzaken van ziektes en over effectieve behandelingen. Het belang van handen wassen, de basis voor een goede hygiëne, was nog maar net ontdekt. De meeste medicijnen die artsen nu voorschrijven, bestonden nog niet en de röntgenfoto moest nog uitgevonden worden. Ongeschoolde zaalmeiden en zaalknechten werkten in de ziekenzalen en er waren nog geen verpleegkundigen.

<
>

Dag Prinsengracht

In 1857 beleefde de verpleging in Amsterdam een hoogtepunt. Op de Prinsengracht 769 gingen de deuren van een imposant ziekenhuis open. Het deftige gebouw was bedoeld voor de huisvesting en opleiding van de pleegzusters. Het Prinsengrachtziekenhuis ontving in het begin weinig patiënten. De kleinschaligheid van het ziekenhuis werd de kracht. De kracht van de Gracht. Eind 2014 sloot dit unieke opleidingsziekenhuis definitief zijn deuren. In dit dossier leggen we de bijzondere historie vast.

Pleegzusters

Om de ziekenzorg in de thuissituatie te verbeteren, richtten Amsterdamse artsen, weldoeners en predikanten in 1843 de ‘Vereeniging voor Ziekenverpleging’ op. Een wereldwijd uniek initiatief voor dat moment. Een van de trekkers was de arts Jan Pieter Heije, die ook het bekende ‘Zie de maan schijnt door de bomen’ schreef.

Het doel van de Vereeniging was vrouwen op te leiden tot pleegzusters. Het vooruitstrevende aan dit initiatief was, dat het ging om lekenverpleegsters, niet om religieuze zusters. De sollicitanten moesten van onbesproken gedrag zijn, ongehuwd en geen zorg voor kinderen hebben. De pleegzusters verpleegden aan huis en hielpen de arts met aderlaten en purgeren. 

<
>

Portret van de eerste pleegzuster,1850

<
>

Jan Pieter Heije, oprichter van de Vereeniging voor Ziekenverpleging, 1843

<
>

Arts Jan Pieter Heije was een veelzijdig man, hij schreef o.a. dit bekende liedje.

<
>

De gracht in de media

In de media is veel aandacht besteed aan de sluiting van het Prinsengracht Ziekenhuis. De sluiting roept veel emoties en herinneringen op. Benieuwd naar een sfeerimpressie?

Lees dan het artikel uit de Volkskrant of het blog van een oud-verpleegkundige.

<
>

Verplegen in het ziekenhuis

Waar verplegen we de patiënt. Thuis of in het ziekenhuis? Tegenwoordig worden patiënten - onder andere uit kostenoverwegingen - eerder naar huis gestuurd dan 25 jaar geleden. Verpleegkundigen krijgen daarom steeds meer alleen met de ernstige ziektegevallen te maken. Hoe was dat in de 19e en de 20e eeuw? Hoe zagen ziekenhuizen er uit? Bestonden verpleegkundigen al en wat deden ze toen? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van het ziekenhuis.

Kraamzorg thuis

In Nederland was thuis bevallen de normaalste zaak van de wereld, ook nadat in andere westerse landen de medicalisering van de geboorte toenam. Nederlandse vrouwen kregen hun baby lange tijd liever thuis dan in het ziekenhuis. De kraamzorg heeft dus een lange historie.Toch daalt het aantal thuisbevallingen aanzienlijk. Hoe gaat dat verder en wat betekent die afname voor het beroep van kraamverzorgende? In dit dossier vind je de geschiedenis van de kraamzorg vroeger en nu.

Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Vergrijzing en bezuiniging maken dat de thuiszorg op een andere manier georganiseerd moet worden. Huishoudelijke hulp komt bij gemeenten te liggen, terwijl verpleging en verzorging een taak van de wijkverpleging blijven. De roep om de ‘ouderwetse wijkverpleegster’ weerklinkt. De vraag is dan natuurlijk wat voor iemand dat was. Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de wijkverpleging.

Dag van de Verpleging

Als je op internet zoekt naar ‘Dag van …’ lijkt het wel of er elke dag iets te vieren of te herdenken valt. Je moet dus van goeden huize komen om je daartussen staande te houden. De ‘Dag van de Verpleging’ doet dat in Nederland al meer dan een halve eeuw. Waarom is die dag in het leven geroepen en hoe is de ontwikkeling verlopen? Gaat het om meer dan een plakje cake bij de koffie?

Nieuws

In dit nieuwsdossier vind je het laatste nieuws van en over het Florence Nightingale Instituut. We houden je op de hoogte van relevante ontwikkelingen, maar ook van nieuwe themadossiers op deze website.

Nannie Blogt

Onze directeur drs. Nannie Wiegman, historicus en verpleegkundige van huis uit, blogt regelmatig. Dit gebeurt meestal naar aanleiding van actuele ontwikkelingen die zij in haar blog becommentarieert en in historisch perspectief plaatst.

Verplegen in de psychiatrie

Mensen met psychische stoornissen blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen. Ze worden ambulant behandeld of zelfs via internet. Patiënten heten cliënten. Oppassers en bewaarders hebben plaatsgemaakt voor verpleegkundigen of verpleegkundig specialisten in de GGZ. Lees hier meer over de geschiedenis en de historie van de GGZ.

Verplegen in de Z

Eeuwenlang zijn termen voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten door elkaar gebruikt. De haast eindeloze opsomming varieert van zwakzinnigen tot idioten, debielen, imbecielen, achterlijken, onvolwaardigen, onmaatschappelijken, onnozelen, waanzinnigen, gekken en dwazen. Bij verstandelijk gehandicapten of zwakzinnigen is er altijd sprake van gebrekkige verstandelijke vermogens. Het is een groep die niet of moeilijk voor zichzelf kan zorgen. De kwetsbaarheid is gebleven, maar tegenwoordig spreken we over ‘mensen met mogelijkheden’. Hoe komt dat zo? Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Verplegen in de thuiszorg

Thuiszorg is een koepelbegrip dat wijkverpleging, gezinszorg, kraamverzorging, ouderenzorg en zorg voor chronisch zieken en gehandicapten omvat. Nu ingrijpende wijzigingen in de zorg voor de deur staan, leidt het begrip thuiszorg nogal eens tot spraakverwarring.Hier lees je meer over de geschiedenis en historie van de thuiszorg.

Gezinszorg

De professional die organisatorische taken in een gezin overneemt, heet sinds 1997 verzorgende of helpende. Ook namen als thuisbegeleidster, ouderenhelpster of gezinshulp komen voor. Ze zijn afgeleid van de beroepsbeoefenaren die vanaf begin 20e eeuw in de gezinsverzorging werkzaam waren. Zij waren de praktische vervangsters van moeders, die hun taken in het gezin niet konden vervullen. Er werden hoge eisen aan hen gesteld. Hoe is het beroep van huisverzorgster - zoals de gezinsverzorgende vroeger heette - veranderd? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van de gezinszorg.

Literatuur

Wil je meer te weten komen over de historie van de verzorgende en verpleegkundige beroepen? We hebben een literatuurlijst met een aantal standaardwerken voor je samengesteld, die samen een goed overzicht geven van de ontwikkeling en de geschiedschrijving.

Hall of Fame

Wie zijn ze, die vrouwen en mannen uit de geschiedenis die het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt hebben? Natuurlijk kent iedereen Florence Nightingale wel, maar al die andere ambassadeurs en voorbeelden verdienen ook onze aandacht. Hier zijn ze!

Bets Bilgen (1906-1996)

Bets Bilgen was een enthousiaste en praktische verpleegkundige. Doordat ze wetenschappelijke theorieën een praktische invulling wist te geven, hielp ze de verpleging als vak verder. Haar enthousiasme, haar scherpe inzicht en haar arbeidsethos waren voor velen een belangrijke inspiratiebron.

Jeltje de Bosch Kemper (1836-1916)

Jeltje de Bosch Kemper werd op 28 april 1836 in een welgestelde familie in Amsterdam geboren. Het was niet gebruikelijk dat beschaafde meisjes werkten of studeerden. Maar Jeltje wilde zich nuttig maken en stortte zich op de verbetering van de maatschappelijke positie van vrouwen en verpleegsters.

Lientje de Bussy-Kruysse (1858–1937)

Lientje Kruysse was een van Nederlands eerste gediplomeerde verpleegsters. Haar grote verdienste is dat zij kennis uit het buitenland in Nederland heeft geïntroduceerd. Zo heeft zij de wijkverpleging in diverse steden georganiseerd naar het toonaangevende Brits model.

Marianne van Driel Krol (1920-2003)

Marianne van Driel Krol werd in 1920 in Haarlem geboren. Zij zette zich in voor één brede basisopleiding voor verpleegkundigen. Haar initiatieven op het gebied van wet- en regelgeving waren doorslaggevend voor de ontwikkeling van de verpleegkunde in de 20e eeuw .

Bep Engelberts (1898-1965)

Anna Elisabeth Wilhelmina Christine Engelberts, roepnaam Bep, beschouwde haar verpleegkundige werk in Nederland en Nederlands-Indië als de vervulling van een gewone plicht. Daarmee was ze een voorbeeld voor velen en een onmisbare steun voor de artsen met wie ze samenwerkte.

Canon van de gezinszorg

Na de Tweede Wereldoorlog was de overheid er zeer op gespitst om gezinsverzorgsters een pedagogische rol te geven binnen de ontwrichte gezinnen. Het vakgebied werd daarom flink gesubsidieerd. Tot eind 20e eeuw was gezinsverzorging dan ook een bloeiend onderdeel van de thuiszorg. Maar ook in 1895 waren er al gezinsverzorgsters, al heetten ze toen huisverzorgsters. Tegenwoordig is het beroep nagenoeg verdwenen. Deze canon biedt een overzicht van die lange geschiedenis.

Marie Steverink-Braam

Marie Steverink-Braam (86 jaar) behoorde, samen met haar zus Alie, tot de eerste lichting kraamverzorgsters, die in 1950 van de opleiding kwam. Hun pioniersjaren in de kraamzorg bestonden uit hard werken en avontuur. Samen met Marie’s jongste zoon, Stephan Steverink, schreef Laura Jansma een artikel over Marie voor de Oud&Nieuw-special van het tijdschrift Kraamsupport.

De pop van zuster Stieltjes

De samenleving heeft zijn hoop gevestigd op de wijkverpleging. Wijkverpleegkundigen staan in het brandpunt van de belangstelling. Ze zijn creatief en innovatief. Ook Antje Stieltjes, wijkverpleegkundige uit de 19e eeuw, beschikte over die kwaliteiten. Ze stak haar innovatiedrang niet onder stoelen of banken. Daarmee is ze een ware ambassadeur van het vak. Lees in dit dossier hoe een pop de wijkverpleging veranderde.

Florence Nightingale (1820-1910)

Overal ter wereld is Florence Nightingale het symbool van het beroep van verpleegkundige. Hoewel er tegenwoordig ook kritische geluiden te horen zijn, kan Florence Nightingale terecht beschouwd worden als de grondlegster van de moderne verpleegkunde. Lees hier alles over haar plaats in de geschiedenis en historie van de zorg.

Nieuwsbrieven

Elke maand nieuws, columns en blogs over de historie van de verpleging en verzorging. Ook interessant voor docenten en studenten MBO en HBO. De e-nieuwsbrief van het Florence Nightingale Instituut verschijnt maandelijks. Wil je ook op de hoogte blijven van de geschiedenis van de verpleegkunde? Meld je aan via info@fni.nl

Nightingale Symposium

In het 1e Nightingale Symposium op donderdag 2 juni 2016 komen de overeenkomsten en verschillen van de wijkverpleging toen en nu, met een frisse blik op de toekomst, aan bod.

Wie verpleegt de kinderen?

Tegenwoordig weten we het zeker: zieke kinderen horen zoveel mogelijk thuis in hun eigen vertrouwde omgeving verpleegd te worden. Alleen als het echt niet anders kan, volgt ziekenhuisopname. De kinderverpleegkundige specialiseert zich in het kielzog van deze opvatting. Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van de kinderverpleging.

Een eigen vakblad (TvZ)

TvZ is het tijdschrift voor verpleegkundig experts. Het blad biedt zijn lezers een overstijgende blik op het vak; gericht op onderzoek, opinie, beleid en management. Het eerst nummer verscheen op 15 september 1890. Pas 100 jaar later kwamen er andere vakbladen op de markt. In 2015 bestaat TvZ precies 125 jaar. Reden voor een historische terugblik.

Moedige meid in oorlogstijd

Rosa Vecht is, voor zover bekend, de enige Nederlandse verpleegkundige die tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is omgekomen. Nederland was neutraal, maar sommige verpleegkundigen voelden zich geroepen naar het oorlogsgebied te gaan om gewonde soldaten te verplegen. Rosa Vecht was een van hen. Ze werkte in hospitalen in Antwerpen en Veurne. Op 23 januari 1915 werd ze getroffen door een granaatscherf, met de dood als onherroepelijk gevolg. Dit dossier gaat over een bijzonder moedige meid.

Boeken

In Florence's webwinkel vind je een mooie selectie boeken gerelateerd aan de zorg. Leuk om te geven en te krijgen. Neem snel een kijkje!

Toen en Nu

In het vakblad Nursing geeft onze directeur Nannie Wiegman maandelijks haar kijk op de historie van de verpleging en verzorging in Nederland. De meest uiteenlopende onderwerpen komen aan bod. Van vakantie vierende verpleegsters tot professionalisering en bevlogenheid. Toen en nu.

Voortrekkers, pioniers en rolmodellen

De verpleegkunde heeft zich sinds 1850 ontwikkeld dankzij de werkkracht van duizenden vrouwen en mannen. Hun namen zijn onbekend. Soms waren er verpleegkundigen die vooruitstrevende ideeën hadden of die een nieuwe weg in durfden te slaan. Zij staken hun nek uit en staan daarmee aan de basis van nieuwe ontwikkelingen. In dit dossier geven we deze voortrekkers een podium. Lees hier wat deze pioniers betekend hebben voor de professionalisering van de verpleegkunde.

Claartje van Aals (1922-1943)

Tussen 1940 en 1943 was Claartje van Aals verpleegster in het Joods psychiatrisch ziekenhuis Het Apeldoornsche Bosch. Naarmate de oorlog vorderde, kwam Claartje, van joodse huize, steeds meer in het nauw. De ontruiming van het ziekenhuis hing als een donderwolk boven het dagelijkse leven en werd op 21 januari 1943 bewaarheid.

<
>

De loopbaan van Claartje

Claartje van Aals, officieel Klara geheten, wilde als jong meisje al de verpleging in. Ze zag dat als haar roeping. Claartje, van liberaal-joodse komaf, was aanvankelijk te jong, maar in 1940 zag ze haar kans schoon en solliciteerde ze op 18-jarige leeftijd op een advertentie van het Apeldoornsche Bosch. Deze psychiatrische instelling, opgericht in 1909, was bestemd voor Joodse patiënten en hield zich volledig aan de Joodse rituelen. Het was een moderne inrichting met progressieve ideeën. Voor de Joodse Claartje van Aals was kiezen voor een Joodse instelling in 1940 de enige optie.

Zuster van Aals

Vanuit Utrecht vertrok Claartje van Aals met de trein naar Apeldoorn. Haar oom, die in Apeldoorn woonde, begeleidde haar. Het was immers oorlog en een jong meisje alleen op reis was gevaarlijk.

Haar eerste dag in het ziekenhuis was spannend. Na een preek van de directeur mocht ze naar haar kamer in het zusterhuis, wat ze maar een ‘rotkamer’ vond. Er waren geen kasten om je spullen in op te bergen. Tijdens het middageten, zuurkool met een appel, werd Claartje van Aals meteen ingewijd in haar nieuwe functie: of zuster van Aals maar even wilde gaan staan! In de middag maakte ze kennis met de patiënten, wat een flinke schok voor haar was.

‘Ik word vast een goede verpleegster’

De eerste periode in het ziekenhuis had Claartje veel heimwee en moest ze regelmatig huilen. Het schrijven van brieven hielp haar door de moeilijke begintijd heen. Tegelijk genoot ze van het werk, ook al bestond dat nog vooral uit soppen en schoonmaken van kamers. Gaandeweg leerde ze het vak van verplegen, zoals dat er een scherm om het bed moest als ze een patiënt de po moest geven. Haar collega’s vonden haar lief en zorgzaam voor de patiënten. Op haar vrije dag ging de levenslustige Claartje in haar eentje op pad, wat ze erg saai vond. Tijdens zo’n uitje kwam ze erachter dat het voor Joden verboden was om naar de bioscoop te gaan. Het was een van de eerste uitingen van het weren van Joden uit het openbare leven.

Deportatie 

Naarmate de tijd vorderde, kwam de dreiging van de deportatie dichterbij. De verboden voor Joden, de razzia’s in Amsterdam en de bombardementen namen toe. Claartje volgde dit nieuws op de voet. Tussen de dagelijkse bezigheden door begon ze zich ernstig zorgen de maken en de angst om wat er met de Joden in Amsterdam gebeurde, greep haar naar de keel. Vanaf maart 1942 vertrok het niet-Joodse personeel uit het Apeldoornsche Bosch om vervangen te worden door Joodse medewerkers. Enkele maanden later naaide Claartje de Jodenster op haar jas en moest ze haar fiets inleveren. Deportatie was nog een kwestie van tijd en Claartje vroeg zich regelmatig af wanneer ze naar Polen getransporteerd zouden worden. Op 21 januari 1943 was het zover. ‘Vandaag gaan we foetsie’, schreef Claartje in de laatste brief aan haar vriendin. Samen met 1.023 patiënten en 46 personeelsleden werd zuster van Aals via kamp Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Op 5 februari 1943 kwam ze daar om.

Twee vriendinnen

Dat we het verhaal van zuster van Aals zo gedetailleerd weten, komt omdat Claartje een fervent brievenschrijfster was. Dat hielp haar de heimwee te verdrijven. Dagelijks schreef ze lange epistels aan Aagje Kaagman, haar hartsvriendin in Utrecht. Bij de 50-jarige herdenking van de ontruiming van het Apeldoornsche Bosch kwam er voor het eerst openlijk aandacht voor de deportatie uit 1943. Suzette Wijers maakte de documentaire ‘Het Apeldoornsche Bosch’ en gebruikte hierbij enkele brieven, die door Aagje Kaagman zorgvuldig waren bewaard. De overgebleven brieven heeft de documentairemaakster vervolgens verwerkt in het indrukkende boekje ‘Als ik wil kan ik duiken…Brieven van Claartje van Aals, verpleegster in de Joods psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch, 1940-1943’. De verpleging is Aagje Kaagman dankbaar dat ze de briefwisseling met Claartje van Aals bewaard én vrijgegeven heeft.

<
>

Jan Bastiaanse (1950-1997)

Na een actieve carrière in het ziekenhuis, waar Integrerende Verpleegkunde zijn warme belangstelling had, werd Jan Bastiaanse in 1993 de eerste directeur van het Landelijk Centrum Verpleging en Verzorging, het LCVV. Hij vond dat de oprichting van het LCVV een mijlpaal was in de geschiedenis van de verpleging.

<
>

De loopbaan van Jan

Jan Bastiaanse, geboren in 1950, volgde de opleiding tot algemeen verpleegkundige in het Zuidwal Ziekenhuis te Den Haag. Hij was een actieve en kritische leerling-verpleegkundige. Hij richtte een leerlingenraad op en was actief in de vakbond en in de beroepsorganisatie. Dat hij uit frustratie niet gestopt is met zijn opleiding, had volgens hem alles te maken met de bezielende leiding van Joukje von Nordheim, die op dat moment het hoofd van de opleiding was.

Van leerling tot docent

Na zijn opleiding vertrok Jan Bastiaanse naar Australië, waar hij 2 jaar verbleef en de nodige werkervaring opdeed. Terug in Nederland volgde hij tussen 1975 en 1980 de docentenopleiding aan de HBO-V Vronestein te Voorburg. De avonduren werden gebruikt om nog een extra opleiding ‘groepsleiding’ te volgen.

Integrerende Verpleegkunde

In 1982 startte Jan Bastiaanse als stafmedewerker van de verplegingsdienst in het Maria Ziekenhuis in Tilburg. Later werd hij daar sectormanager, waarbij hij leiding gaf aan de chirurgische verpleeg- en behandelafdelingen. Als lid van de staf gaf hij mede vorm aan het beleid van het Maria Ziekenhuis, dat voortdurend bezig was nieuwe wegen in te slaan.

Ook de avonduren bleven gevuld, deze keer met de universitaire studie Sociologie met als speerpunten arbeid en organisatie. Als een van de eersten in Nederland publiceerde hij met een collega al in 1987 een innovatief artikel over het gebruik van de computer in de verpleging. Zijn belangstelling voor vernieuwing in de verpleging kwam ook tot uitdrukking in het voorzitterschap van het Netwerk Integrerende Verpleegkunde Ontwikkeling Nederland (het NIVO-N), een positie die hij 5 jaar lang vervulde.

Directeur van het LCVV

Met de oprichting van het Landelijk Centrum Verpleging en Verzorging, het LCVV, kwam 1 van de 21 aanbevelingen van de Commissie Werner tot bloei. Het nieuwe Centrum, dat de verdere professionalisering van de verpleging moest ondersteunen, zag op 13 oktober 1993 officieel het licht. In een vlammend betoog in ‘t Spant te Bussum presenteerde Jan Bastiaanse, de nieuwe directeur, zijn visie op de rol van het LCVV. Zijn wens was dat de ‘oprichting van het Centrum (d.i. het LCVV) een mijlpaal vormt in de geschiedenis van de verplegende en verzorgende beroepen en de overgang naar een nieuw tijdperk’.

In een 8-tal actiepunten lichtte hij zijn plannen vervolgens toe. Veel van de actiepunten zijn daarna opgepakt, maar konden niet door hemzelf uitgevoerd worden. Een ernstige ziekte verhinderde dat. Op eigen verzoek trad Jan Bastiaanse in 1996 terug als directeur van het LCVV en werd adjunct-directeur. Zijn opvolgster werd Hanneke Hillmann. Op 18 juli 1997 overleed Jan Bastiaanse. Ter nagedachtenis aan hem is door het LCVV de Jan Bastiaanse Prijs in het leven geroepen.

<
>

En nu jij!

Wie is volgens jou ook een echte voortrekker?

<
>

Reacties

H. Hillmann 28-11-2015

Mooi dossier. Hier hoort ook Prof.dr. Georges Evers in thuis. Een veel te vroeg overleden bijzondere verpleegkundige. Verpleegkundige van de eerste afgestudeerde nieuwe HBOV. Heeft zich tijdens zijn Nederlandse jaren ook landelijk ingezet om de stem van de verpleging te laten horen via de Nationale Raad voor de Volksgezondheid (?). Heeft vanaf het begin zitting gehad in de verpleegkundige Den Treek groep en daar voor veel informatie en discussie gezorgd. Is mede een stuwende kracht geweest om de commissie Werner tot stand te brengen. Is naar Belgie vertrokken, omdat hij daar Hoogleraar kon worden aan de Katholieke Universiteit Leuven, was ook hoogleraar aan een Duitse Universiteit (welke ?).

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Ontdek wat deze site jou te bieden heeft