Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Begrippen als 'Rust, Reinheid en Regelmaat' zijn terug van weggeweest.

Bekijk dit dossier

Lientje de Bussy-Kruysse (1858–1937)

Bekijk dit dossier

Hall of Fame

Wie hebben het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt? Een overzicht van krachtige voorlopers...

Bekijk dit dossier

Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Vergrijzing en bezuiniging maken dat de thuiszorg op een andere manier georganiseerd moet worden. Huishoudelijke hulp komt bij gemeenten te liggen, terwijl verpleging en verzorging een taak van de wijkverpleging blijven. De roep om de ‘ouderwetse wijkverpleegster’ weerklinkt. De vraag is dan natuurlijk wat voor iemand dat was. Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de wijkverpleging.

1830 - 1900

Nieuwe inzichten

In de tweede helft van de 19e eeuw kreeg de medische wetenschap inzicht in het ontstaan van besmettelijke ziekten. Dit had ook invloed op de zorg aan huis. De - nog ongediplomeerde - kloosterzusters en diaconessen konden de vraag naar hulp aan huis niet meer aan.

Artsen wilden meer preventieve maatregelen op het gebied van hygiëne. De Wet op Besmettelijke Ziekten van 1872 bleek niet voldoende. Die richtte zich vooral op genezing van ziekten.

Preventie, dus het voorkomen van ziektes, stond nog in de kinderschoenen.

<
>

Preventie, een particulier initiatief

Toen bleek dat de Wet op Besmettelijke Ziekten niet voldoende was om besmettelijke ziektes te voorkomen, kwamen geneeskundige inspecteurs in Noord-Holland in actie. In 1875 richtten zij de Noord-Hollandsche Provinciale Vereeniging ‘Het Witte Kruis’ tot Afwering van Epidemische Ziekten en Hulpbetoon tijdens Epidemieën op. Deze koepelorganisatie kwam voort uit tien plaatselijke particuliere verenigingen, met Hilversum als voortrekker. Het Witte Kruis richtte zich op voorlichting over gezondheid en hygiëne, ontsmettingsactiviteiten en bestrijding van pokken. Er kwamen magazijnen met matrassen, lakens, dekens, urinalen en andere benodigdheden voor de thuisverpleging.

<
>

Tinnen urinaal of 'piskannetje'

De oudste modellen urinaal waren gemaakt van tin. Dit urinaal is een staand model. Niet alleen om hem rechtop te kunnen neerzetten maar omdat in die tijd voor het gebruik een knielende houding in bed de gewoonte was. De zieke moest daarbij echter wel ondersteund worden. Bij dit voorwerp hoort een bijzonder verhaal, ...

... uit de herinneringen van verpleegkundige An Poot: 'Ik was op visite bij een oude tante Anna wonend op een kleine boerderij met een ongetrouwde neef. Tante Anna had voordien altijd voor haar oude moeder gezorgd, die 89 jaar is geworden. Opoe heette ook Anna, ik ben dus naar haar vernoemd. Maar na haar dood, vond tante Anna dat ik naar haar vernoemd zou zijn. Ik had zogezegd een streepje voor. Ik was al in de verpleging, vermoedelijk pas 20 jaar. Zij ging er van uit dat ik veel kennis bezat! Op een dag was ik bij haar op visite en zag ik op een tafeltje dat kannetje staan. Ik vroeg haar: tante, hoe komt u aan dit bijzondere kannetje? Zij keek mij ongelovig aan en zei: jij bent toch zuster, weet jij niet wat dit voor een kannetje is? Nee, zei ik, ik dacht dat het een bijzonder tinnen vaasje was. Nou, zei ze, jullie zullen in het ziekenhuis er wel een andere naam aan geven, maar wij noemden dit altijd een : 'PISKANNETJE'. Later mag je van mij erven. Maar toen ik afscheid nam, zei ze: neem het nu maar mee! Dat is het verhaal dat erbij hoort.'


Titel
  • Tinnen urinaal, het zogenaamde 'piskannetje'

Periode
  • Van 1800 tot 1920

Materiaal
  • Tin





<
>

Lientje de Bussy-Kruysse (1858-1937)

Lientje de Bussy-Kruysse was een van Nederlands eerste gediplomeerde verpleegsters. Haar grote verdienste is dat zij kennis uit het buitenland in Nederland heeft geïntroduceerd. Zo heeft zij de wijkverpleging in diverse steden georganiseerd naar het Britse model.

<
>

Kruisverenigingen in alle kleuren

In navolging van Noord-Holland ontstond ook in andere provincies behoefte aan kruisverenigingen. Notabelen richtten in 1900 de eerste plaatselijke neutrale Groene Kruisvereniging op als liefdadigheidsorganisatie. Provinciale afdelingen en de overkoepelende Algemene Nederlandse Vereniging Het Groene Kruis (ANV) volgden. Het katholieke Wit-Gele Kruis zag in 1916 het licht. In 1946 besloot de Bond van Protestants-Christelijke Verenigingen – een samenwerking van protestantse wijkverenigingen – verder te gaan onder de naam Oranje-Groene Kruis. Veel bestaande verenigingen sloten zich aan bij de kruisverenigingen, anderen bleven zelfstandig. Zo ontstond een netwerk van kruisverenigingen over heel Nederland. Een belangrijke schakel in dit netwerk was de wijkverpleegster.

<
>

De pop van zuster Stieltjes

Een wijkverpleegkundige met een pop, als ambassadeur van het vak.

Bekijk dit dossier

1900 - 1950

Lientje de Bussy-Kruysse (1858–1937)

Lientje Kruysse was een van Nederlands eerste gediplomeerde verpleegsters. Haar grote verdienste is dat zij kennis uit het buitenland in Nederland heeft geïntroduceerd. Zo heeft zij de wijkverpleging in diverse steden georganiseerd naar het toonaangevende Brits model.

Lientje de Bussy-Kruysse (1858-1937)

Lientje de Bussy-Kruysse was een van Nederlands eerste gediplomeerde verpleegsters. Haar grote verdienste is dat zij kennis uit het buitenland in Nederland heeft geïntroduceerd. Zo heeft zij de wijkverpleging in diverse steden georganiseerd naar het Britse model.

<
>

Amsterdam

Lientje Kruysse groeide op in Amsterdam waar haar vader apotheker was. Hij trad in 1875 toe tot de Commissie van Gasthuizen. Deze commissie zette zich in voor de verbetering van het gasthuispersoneel. Eind 19e eeuw was de discussie over het opleiden van beschaafde vrouwen tot verpleegster in volle gang. Enkele dames uit gegoede kringen gingen werken in het Amsterdamse Buitengasthuis. Ook het Binnengasthuis begon te reorganiseren. Eerst haalde het Binnengasthuis Duitse gediplomeerde verpleegsters binnen, later namen Nederlandse verpleegsters hun taak over.

<
>

Buitenlands avontuur

Al jong wist Lientje Kruysse dat ze verpleegster wilde worden. Tot haar spijt vond haar familie dit volstrekt ongeschikt voor een jongedame van nette komaf. Wel mocht zij in 1886 als lerares naar Groot-Brittannië om tijdens de zomermaanden op een meisjeskostschool lessen in Frans, Duits en muziek te geven. Tijdens dat verblijf bezocht ze de Royal Infirmary in Edinburgh. Dit ziekenhuis had een Florence Nightingale School, waar leerling-verpleegsters een opleiding kregen volgens de ideeën van Florence Nightingale. Gediplomeerde verpleegsters konden aan deze school in zes maanden een diploma voor wijkverpleegster behalen. Ook Lientje Kruysse mocht hier als leerling-verpleegster beginnen, een uitdaging die ze op dat moment nog liet liggen.

<
>

Lientje Kruysse in Queens Nurses uniform dat ze gedurende haar opleiding in Edinburgh droeg (1889-1894).

<
>

Opleiding

Terug in Nederland wilde Lientje Kruysse verder in de verpleging, ondanks de bezwaren van haar familie. In het voorjaar van 1889 begon zij met de opleiding tot verpleegster in het academisch ziekenhuis in Leiden. De diensten van leerling-verpleegsters waren zwaar, zo merkte zij al snel. Haar hoofdzuster was in Engeland opgeleid en regeerde de afdelingen met strenge hand. In Engeland stond de verpleging in grote ziekenhuizen al op hoog niveau, evenals de wijkverpleging. Dat niveau trok Lientje Kruysse nu juist aan en ze besloot Leiden te verruilen voor Edinburgh.

<
>

Vermelding pleegzuster diploma

In het 'Maandblad voor Ziekenverpleging' van 1895 werd het aantal geslaagden voor het verpleegstersexamen van het Witte Kruis vermeld. Tussen de geslaagden van 15 november 1895 staat Lientje Kruysse genoemd.


Titel
  • Vermelding behalen pleegzuster diploma Lientje Kruysse in Maandblad voor Ziekenverpleging

Periode
  • 1895





<
>

De Britse methode

Eind 1889 vertrok Lientje Kruysse naar Schotland om aan de Royal Infirmary te Edinburgh de opleiding tot wijkverpleegster te volgen. Zij werd toegelaten tot de Queen’s Nurses die de principes van Florence Nightingale hoog in het vaandel hadden. De Queen’s Nurses verzorgden arme en onbemiddelde patiënten. Zij dankten hun naam aan beschermvrouwe Koningin Victoria, die een groot geldbedrag had geschonken voor de wijkverpleging. In de tijd dat Lientje in Groot-Brittannië verbleef, werkte zij een half jaar als leerling-wijkverpleegster in St. Patrick’s Nurses Home in Dublin. In 1894 behaalde zij haar diploma bij de Queen’s Nurses, maar ze bleef nog tot 1896 verbonden aan Dublin om haar praktijkperiode af te maken.

<
>

Hall of Fame

Wie zijn ze, die vrouwen en mannen uit de geschiedenis die het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt hebben? Natuurlijk kent iedereen Florence Nightingale wel, maar al die andere ambassadeurs en voorbeelden verdienen ook onze aandacht. Hier zijn ze!

- A t/m H -

Bets Bilgen (1906-1996)

Bets Bilgen was een enthousiaste en praktische verpleegkundige. Doordat ze wetenschappelijke theorieën een praktische invulling wist te geven, hielp ze de verpleging als vak verder. Haar enthousiasme, haar scherpe inzicht en haar arbeidsethos waren voor velen een belangrijke inspiratiebron.

<
>

Jeltje de Bosch Kemper (1836-1916)

Jeltje de Bosch Kemper werd op 28 april 1836 geboren in Amsterdam. Het was destijds niet gebruikelijk dat beschaafde meisjes werkten of studeerden. Maar Jeltje stortte zich op de verbetering van de maatschappelijke positie van vrouwen, omdat ze zich nuttig wilde maken.

<
>

Voortrekkers, pioniers en rolmodellen

Wie waren de afgelopen eeuw de grote voortrekkers in de verpleging?

Bekijk dit dossier

Lientje de Bussy-Kruysse (1858-1937)

Lientje de Bussy-Kruysse was een van Nederlands eerste gediplomeerde verpleegsters. Haar grote verdienste is dat zij kennis uit het buitenland in Nederland heeft geïntroduceerd. Zo heeft zij de wijkverpleging in diverse steden georganiseerd naar het Britse model.

<
>

Marianne van Driel Krol (1920-2003)

Marianne van Driel Krol zette zich in voor één brede basisopleiding voor verpleegkundigen. Haar initiatieven op het gebied van wet- en regelgeving waren doorslaggevend voor de ontwikkeling van de verpleegkunde in de 20e eeuw.

<
>

Bep Engelberts (1898-1965)

Bep Engelberts beschouwde haar verpleegkundige werk in Nederland en Nederlands-Indië als de vervulling van een gewone plicht. Daarmee was ze een voorbeeld voor velen en een onmisbare steun voor de artsen met wie ze werkte.

<
>

Aafke Gesina van Hulst (1868-1930)

Aafke Gesina van Hulst is de pionier van de wijkverpleging in Nederland. In 1894 begon zij de wijkverpleging op de kaart te zetten. Twee jaar later richtte zij een vereniging op die in 1902 aansluiting vond bij het Groene Kruis.

<
>

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Ontdek wat deze site jou te bieden heeft