Nannie Blogt

Onze directeur drs. Nannie Wiegman blogt regelmatig. Ze kijkt met een scherpe blik naar actuele ontwikkelingen en linkt ze aan de historie van ons vak.

Bekijk dit dossier

Nannie Blogt

Onze directeur drs. Nannie Wiegman, historicus en verpleegkundige van huis uit, blogt regelmatig. Dit gebeurt meestal naar aanleiding van actuele ontwikkelingen die zij in haar blog becommentarieert en in historisch perspectief plaatst.

2018

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Zo’n valse start

Nannie's blog - januari 2018

Als het gaat om eenheid binnen de beroepsgroep van verpleegkundigen en verzorgenden, kunnen we in Nederland nog wat leren van de landen om ons heen, wordt vaak gezegd. De Scandinavische landen, de Britten, de Amerikanen: ze hebben allen beroepsorganisaties van meer dan een eeuw oud.

In Nederland waren we er ook vroeg bij en hadden we in 2018 een beroepsorganisatie met de respectabele leeftijd van 125 jaar kunnen hebben. Maar waarom liep dit anders?

21 januari 1893

De ‘Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging’ werd op 21 januari 1893, dit jaar precies 125 jaar geleden, opgericht. Jeltje de Bosch Kemper, zelf geen verpleegster, maar wel een warm pleitbezorgster voor goede verpleging, zat de vergadering voor, die plaatsvond in haar statige woonhuis in Amsterdam. Samen met Anna Reynvaan, adjunct-directrice in het Wilhelmina Gasthuis, had De Bosch Kemper een jaar eerder in 1892 het eerste verpleegkundig congres georganiseerd én voorgezeten als presidente, een noviteit. En in 1890 hadden beide dames de aanzet gegeven voor de oprichting van het Maandblad voor Ziekenverpleging, nu nog steeds in druk als Tijdschrift voor Verpleegkundigen. Kortom, je mag zeggen dat Anna en Jeltje er vroeg bij waren als het gaat om het verpleegkundig beroep in Nederland stevig op de kaart te zetten. Een eigen Bond zou een volgende stap zijn.

7 dames en 16 heren

Hoe komt het dat deze Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging, zo goed voorbereid, toch niet dé beroepsorganisatie is geworden en dus ook in 2018 niet haar 125-jarig bestaan viert? Om daar zicht op te krijgen, is het belangrijk te kijken wie bij de oprichting aanwezig waren en welke belangen men had. Present waren 7 dames en 16 heren. 5 van de 7 dames waren freule of jonkvrouw. Zij hadden geen verpleegervaring en waren als ambassadeur voor beschaafde ziekenverpleging aanwezig. Alleen Anna Reynvaan, adjunct-directrice in het Wilhelmina Gasthuis en mej. Cort van der Linden, adjunct-directrice in het Binnen Gasthuis, kenden de ziekenverpleging vanuit de praktijk. Hun verpleegervaring was wel beperkt. Ze hadden een 1-jarige Witte Kruisopleiding genoten, die vooral theoretisch van aard was. Beide adjunct-directrices hielden het ziekenhuis draaiende als een goed geoliede machine. Die ervaring hadden ze opgedaan in de grote patricische huishoudens waarin ze opgegroeid waren. Hun drijfveer was dat er orde, netheid en regelmaat op de zalen en bij het personeel heerste. Behalve de 7 dames, waren er die avond 16 heren aanwezig. Allen waren geneesheer-directeur van toonaangevende ziekenhuizen:10 vertegenwoordigden de Amsterdamse ziekenhuizen, 2 kwamen uit Utrecht en 4 directeuren waren aanwezig uit ’s Gravenhage, Rotterdam, Arnhem en Leeuwarden. Nog 11 geneesheer-directeuren en mevrouw Coenen-Hooijer, adjunct-directrice van het Amsterdamse Burger Ziekenhuis, hadden zich afgemeld.

De stand van de verpleging

Op de agenda stonden 2 punten: de exameneisen voor verpleegsters en ‘de wenschelijkheid tot het oprichten van een Bond van belangstellenden in ziekenverpleging’. De discussie over de exameneisen nam veel tijd in beslag en liet zien hoe ingewikkeld een en ander lag. Het draaide allemaal om het opkrikken van het te lage peil van de ziekenverpleging. Daar hadden vooral de artsen en ziekenhuizen baat bij. De discussie werd uitsluitend gevoerd door de directeuren. Op de voorzitter na zeiden de aanwezige dames geen woord, ook Anna Reynvaan niet. Bij het tweede agendapunt, de oprichting van de Bond, beheersten de geneesheren eveneens de discussie. Ze waren niet enthousiast over de plannen. Kwamen organisaties als het Witte Kruis en het Rode Kruis hiermee niet in de gevarenzone? En was er wel voldoende onderzocht of er behoefte was aan zo’n nieuwe Bond? Een van de weinige voorstanders, dr. Van Deventer, bepleitte juist de voordelen. Volgens hem kon met behulp van de Bond het grote probleem van opleiding en examen van verpleegsters opgelost worden en het peil van de verpleging op een hoger plan getild worden. Na Van Deventer’s pleidooi barstte er een kakofonie van reacties los, die uiteindelijk weinig te maken had met de oprichting van de Bond. Door krachtig ingrijpen van voorzitter De Bosch Kemper werd uiteindelijk met algemene stemmen besloten tot oprichting van de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging.

Tegengestelde belangen

Wat de oprichting van deze vroege Bond duidelijk maakte, was het chaotische stadium waarin de ziekenverpleging zich op dat moment bevond. Er was in korte tijd grote behoefte ontstaan aan opgeleide verpleegsters. Bestaande organisaties als het Witte Kruis en het Rode Kruis konden de stroom examenkandidaten niet aan. Ziekenhuizen zaten te springen om verpleegsters en organiseerden dus maar hun eigen opleidingen. Eenheid binnen opleiding en examen was ver te zoeken. Dat bracht de ziekenhuizen als instellingen in een kwetsbare positie. Het was die dreiging die maakte dat geneesheren zich vooral zorgen maakte over het imago van hun ziekenhuis. Zij vonden dat zo’n nieuwe Bond er wel mocht komen, maar alleen als daarmee de verpleging in hun ziekenhuis op een hoger plan kwam. Of dat de verpleegsters als persoon ten goede kwam, speelde daarbij geen rol. Met uitzondering van dr. Van Deventer lag de compassie van medici vooralsnog bij hun ziekenhuis en niet bij het wel en wee van de verpleegster. Voor Jeltje de Bosch Kemper en Anna Reynvaan was de uitkomst dan ook een teleurstelling. Zij wilden ook de kwaliteit van de verpleging verbeteren, maar met behulp van tevreden verpleegsters. Voor dat proces hadden ze de beroepsgroep zelf en dus de Bond nodig.

Een valse start

Die tegengestelde belangen, het instituut ziekenhuis aan de ene kant en het welzijn van de verpleegster zelf aan de andere kant, zorgden ervoor dat de nieuwe Bond op 2 gedachten hinkte. Het initiatief van een Bond die voor eendracht en eenheid moest zorgen, werd op 21 januari 1893 bij aanvang in de kiem gesmoord. En dus vieren we in Nederland in 2018 niet het 125-jarig bestaan van de eerste beroepsorganisatie. De start was al vals.

<
>
2017

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Het belang van identiteit

Nannie's blog - november 2017
Wie had gedacht dat een berichtje op Facebook 6.200 reacties zou opleveren? Wij niet! Het was vooral de afbeelding van het mooie insigne van de ziekenverzorgenden dat deze beroepsgroep op de been bracht. Duidelijk is dat zo’n insigne alles te maken heeft met identiteit.

De nieuwe beroepsprofielen voor verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden IG staan voor de deur. Het heeft lang geduurd en er is veel over vergaderd. Zoals het er nu naar uitziet, krijgen we in 2024 te maken met 2 soorten verpleegkundigen: de MBO-opgeleide of basisverpleegkundige en de HBO-opgeleide of regieverpleegkundige. Onlangs deelde V&VN mee dat de 'meeste V&VN-leden positief [zijn] over nieuwe beroepsprofielen'. Het ligt iets ingewikkelder. Van de achterbanraadpleging onder 6.450 deelnemers hebben er bijna 1.000 gereageerd, waarvan zo’n 76% positief. Dat betekent dat 12% van de achterbanraadpleging zich positief over de nieuwe beroepstitels heeft uitgesproken. Gelukkig wordt in diezelfde peiling nadrukkelijk gepleit voor een overgangsregeling. Iedereen moet ruim de tijd krijgen om zich te laten herregisteren in een van twee beroepsgroepen. En dat is een goed advies getuige een recente gebeurtenis.

Zomaar een insigne 

Toen ik deze zomer een berichtje postte op de FNI-facebookpagina, vermoedde ik geen moment wat de reactie zou zijn. Ik plaatste een foto van het insigne van de ziekenverzorgenden om de inwerking treding van de ‘Wet op de Ziekenverzorgers en Ziekenverzorgsters’ op 15 juli 1965 te markeren. Het is een prachtig insigne, groot, kleurig en met een rijke symboliek: de witte lelie verwijst naar barmhartigheid, het kruis naar de macht van Christus en de rank naar de hoop en het eeuwige leven. Hier is indertijd goed over nagedacht.

Trotse ziekenverzorgenden

Insignes doen het over het algemeen goed op de sociale media. Vooral bij de in-service opgeleide verpleegkundigen, - en dat zijn er nog steeds heel veel, - komt bij het zien van hun insigne de herinnering aan hun opleidingstijd en aan het ziekenhuis waar ze dat deden, weer naar boven. Prachtige reacties zijn vaak het gevolg. Maar zo massaal als de ziekenverzorgenden reageerden bij het zien van ‘hun’ insigne, was ongekend. Het bericht werd niet alleen 1.081 keer gedeeld, het riep ook ruim 6.200 schriftelijke reacties op.

Het lezen van al die opmerkingen doe je niet op een slaperige zondagmiddag. Vooral niet omdat de aard van al die spontane reacties sterk uiteenliep. Het overgrote deel van de opmerkingen straalde een enorme beroepstrots uit. Ze waren trots op dat kleurrijke insigne en blij met hun degelijke opleiding. Het insigne lag bij de meesten nog zorgvuldig opgeborgen in de kast, samen met het diploma. De reacties gingen natuurlijk gepaard met talloze foto’s van het kleinood, vaak nog in het originele doosje van de firma Begeer. Ziekenverzorgenden hebben een duidelijke en herkenbare identiteit.

Teleurgesteld en gefrustreerd

Maar behalve trots was er ook een ander geluid te horen. Veel ziekenverzorgenden zijn nog steeds teleurgesteld en gefrustreerd over wat er in de jaren ’90 met hun beroep gebeurde. Immers, met een degelijke opleiding op zak en een schat aan ervaring werden ziekenverzorgenden in het nieuwe Samenhangend Stelsel in 1996 ingedeeld in niveau 3 en niet bij de verpleegkundigen in niveau 4. Dat zorgde voor frustratie. En de verhouding tussen ziekenverzorgenden en verpleegkundigen was vanaf 1965 toch al moeizaam. Ziekenverzorgenden werden gereduceerd tot hulpje van de verpleegkundige en verpleegkundigen op hun beurt voedden die gevoelens. In 1969 constateerde een arts dat ‘sommige verpleegkundigen een discriminerende houding hadden ten opzichte van verzorgenden’. Frustraties waren het gevolg omdat hun identiteit op het spel stond.

Nieuwe beroepsprofielen 

Wat is nu eigenlijk de betekenis van zo’n simpel facebookbericht met een foto van een insigne? Moeten we van deze geschiedenis aan de vooravond van weer zo’n belangrijke verandering niet iets leren? Een opleiding, een diploma en een insigne bepalen de identiteit van een verpleegkundige in het veld. Niemand zit te wachten op gefrustreerde en teleurgestelde verpleegkundigen. Integendeel, de patiënt heeft juist belang bij een gemotiveerde en trotse beroepsgroep. Nu opnieuw aan de identiteit van verpleegkundigen wordt gemorreld, is het zaak om een goede overgangsregeling te plannen en veel energie te steken in het voorlichten en meenemen van de MBO- en HBO-verpleegkundige. Zij hebben dat verdiend en de patiënt ook.

 

<
>

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Tranen bij Florence

Nannie's blog - mei 2017
Wat heb je aan Dag van de Verpleging? Elk jaar maken we er op 12 mei weer een feestje van. Het is immers de Dag van de Verpleging, waarop we vieren dat Florence Nightingale in 1820 het levenslicht zag. Op de een of andere manier blijft ze ons fascineren. Mij in ieder geval wel...

Verplegen is een kunst

Florence was een 19e eeuwse vrouw, slim, eigenzinnig, vasthoudend en menslievend. Met haar talenten heeft ze de zorg als beroep op de kaart gezet. Verplegen en verzorgen was voor haar geen liefdadigheid, maar een vak, een kunst, die je je moest eigen maken door goed te oefenen en door een opleiding.

De Dag van de Verpleging

Vanaf 1964 eren we in Nederland en daarbuiten daarom Florence op 12 mei met de Internationale Dag van de Verpleging. Maar wat heb je eigenlijk aan die dag? Sommigen vinden het een onzinnig eerbewijs, anderen zien er de waarde van in. Ik ook en wel hierom. 

Florence Nightingale Museum

Een paar jaar geleden was ik toevallig op 12 mei in Londen. Ik moest natuurlijk juist op die dag naar het Florence Nightingale Museum. Dat ligt immers naast het St. Thomas Hospital, het beroemde ziekenhuis waar Florence in 1861 de eerste opleiding voor verpleegsters startte. Een ‘must’ voor mij als historica.

Het beeld van Florence

Aangekomen bij het museum was het een drukte van belang met hordes vrouwen. Ze stonden in een lange rij te wachten voor, ja, voor wat eigenlijk? Het duurde even voordat ik in de gaten had dat dit collega’s waren, verpleegkundigen en verzorgenden uit alle wereldcontinenten, die op de foto wilden met het standbeeld van Florence Nightingale. Dat ging me in eerste instantie wat te ver. Om nu met een beeld van Florence op de foto te gaan en daar een uur voor te wachten.

Trots op ons mooie vak

Maar het lange wachten was het meer dan waard. Toen ik eenmaal mijn arm om het beeld van Florence sloeg, stroomden de tranen over mijn wangen. Dat gevoel, om even die vrouw vast te houden, - al was het maar van steen - dat maakte me zo trots op ons mooie vak. Ik koester de foto met mij en Florence en voor mij kan 12 mei niet meer stuk. En wat betekent 12 mei voor jou?

 

<
>
2016

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Een Londense kraamkamer

Nannie's blog - september 2016
Hoe kraamzorg in Nederland geregeld is, weten we wel. Vaak waarderen we het werk van de kraamverzorgende pas als ze over de vloer is. Met het afnemen van de thuisbevalling zal ook de taak van de kraamverzorgende veranderen. Opletten dus!

De nurse-midwife

Je bent zo gewend aan de kraamzorg in Nederland, dat je bijna zou vergeten hoe die zorg voor moeder en baby elders is geregeld. Welnu, toen ik onlangs op bezoek was op een kraamafdeling in een Londens ziekenhuis, was mijn nieuwsgierigheid gauw gewekt. Duidelijk was in ieder geval dat verlossing via de keizersnee daar al aardig ingeburgerd is. Zo’n ingreep doen we in Nederland alleen als het echt noodzakelijk is voor moeder en kind. Op de kraamafdeling heeft niet de ‘gewone’ verpleegkundige, maar de nurse-midwife het voor het zeggen. Ze houdt moeder en baby nauwlettend in de gaten en ik moet zeggen dat ik onder de indruk was van de competenties van deze verpleegkundigen. Ze is verloskundige en verpleegkundige tegelijk, een combinatie die wij in Nederland niet kennen. Verpleegkunde en verloskunde hebben hier geen enkel raakvlak, en historisch ook nooit gehad. Interessant toch hoe de verpleegkunde en de bevallingscultuur in andere landen zich zo verschillend heeft ontwikkeld.

 

Unieke thuisbevalling 

Ik was ook wel benieuwd hoe dat nu verder gaat met de zorg voor moeder en baby zodra ze het ziekenhuis hebben verlaten. Wie neemt dan die zorg over? Toen ik dit aan een dienstdoende nurse-midwife vroeg, raakten we al snel aan de praat over de unieke thuisbevalling die zo kenmerkend is voor de Nederlandse situatie. Natuurlijk is bevallen thuis in Engeland ook mogelijk, maar wat vooral het verschil maakt met Nederland is de rol van de kraamverzorgende in dat proces. Die professional is toch wel heel kenmerkend voor de Nederlandse thuisbevalling. In Engeland moet de moeder bij thuiskomst die hulp zelf regelen, meestal huurt zij daarvoor een doula in. Dat is een hulpverlener die in Nederland inmiddels ook ingeburgerd raakt. Ik moet toegeven dat ik dat begrip even moest opzoeken, maar een doula is dus een zwangerschaps- en bevallingscoach, geen verpleegkundige of verloskundige en zeker geen kraamverzorgende. De kraamverzorgende, zoals wij die kennen, is in Engeland dus onbekend. Wel komt na de bevalling de community-midwife thuis langs voor medische controles.

 

Let op de kraamverzorgende 

Mijn bezoekje aan Londen maakte mij weer eens duidelijk hoe relevant de rol van de kraamverzorgende is. Veel ouders realiseren zich dat pas als ze er zelf mee te maken krijgen. Zonder deze professionals, die al sinds 1926 officieel worden opgeleid, had de thuisbevalling in Nederland het nooit zo lang uitgehouden. Maar let op, deze bijzondere beroepsgroep staat onder druk, nu ook het percentage thuisbevallingen razendsnel afneemt. Hoe moet het verder met deze verzorgende niveau 3 als de thuisbevalling verdwijnt? Misschien moet ze wel anders opgeleid worden, vanuit andere perspectieven en met andere competenties. Laten we vooral niet te lang wachten om die naderende problematiek onder ogen te zien. Let op de kraamverzorgende!

<
>

Nannie Wiegman

Directeur Florence Nightingale Instituut

Mijn eerste verpleeghuis

Nannie's blog - juli 2016
De vakanties komen eraan en wat hebben we er weer zin in, even een paar weken ertussen uit. Weg van het werk, weg van de drukte en lekker even bijkomen. Voor de verpleeghuizen is zo’n vakantieperiode natuurlijk een drama.

De eigen vertrouwde mensen weg, tijdelijke uitzend- en vakantiekrachten ervoor in de plaats. Ik was ooit zo’n tijdelijke kracht. Net 15 geworden en op zoek naar een vakantiebaantje mocht ik komen werken in een particulier verpleeghuis aan de Koninginneweg in Hilversum. Dat was overigens niet mijn eerste keus. Als jonge gymnasiaste wilde je natuurlijk wel je eerste vakantiebaantje op stand, bijvoorbeeld hulpje in de boekhandel of assistente van een directeur of desnoods ergens op een administratie. Toen ik mijn medescholieren dan ook vertelde van het verpleeghuis waren de fnuikende opmerkingen niet van de lucht. Het zorgde er in ieder geval voor dat ik met weinig animo op mijn eerste werkdag richting de Koninginneweg fietste.

Zo’n grote villa

De eerste kennismaking met het verpleeghuis was eigenlijk wel oké. Het was zo’n 19e eeuwse grote villa in een rustige buitenwijk met veel bomen en groene grasperkjes. Wie wil daar nu niet oud worden, dat zou zo maar je eerste gedachte kunnen zijn bij het zien van zo’n mooi pand. Binnen de muren van dit particuliere verpleeghuis zag het er heel anders uit. De benedenverdieping was ingericht als kantoor, keuken en garderobe. Na me gemeld te hebben, kreeg ik een soort wit schort overhandigd en werd ik naar de eerste verdieping gestuurd. Hier waren 2 zalen, een mannen- en een vrouwenzaal met ieder 6 bedden. Wat zich op die zalen afspeelde, staat me niet meer precies bij, maar ik weet wel dat ik naar de mannenzaal gestuurd werd en daar 6 mannen moest gaan wassen. Ik had nog nooit een blote man gezien.

In shock

Zonder enige instructie, zo groen als gras en zonder enige ervaring begon hiermee mijn carrière in de zorg. Ik was in shock. Het ene onvoorstelbare drama na het andere speelde zich af. Ik was er inmiddels achter gekomen dat de 12 ouderen in een vergevorderd stadium van dementie verkeerden. Als 15-jarige is dat een vrij heftige confrontatie, kan ik je verzekeren. Dementiecoaches, tovertafels en wandeltuinen waren er nog niet. Wat me als ergste is bijgebleven, is de constatering dat de 12 ouderen nooit naar buiten konden. Van de lommerrijke tuin konden zij in ieder geval niet genieten. De mooi gebeeldhouwde houten trap was namelijk nogal hoog en stijl en menige oudere was er al vanaf gevallen. De 6 weken die ik in deze particuliere instelling heb gewerkt, waren een hel, maar hebben me ook het licht doen zien. Ik merkte dat ik goed was in zorg verlenen en dat ik iets kon betekenen voor deze kwetsbare ouderen. De keuze voor de verpleging een paar jaar later was dan ook niet zo vreemd, al vonden opnieuw mijn medescholieren en leraren het maar raar dat ik met een gymnasiumdiploma op zak niet voor de universiteit koos.

Verdrietig en machteloos

De afgelopen weken is er veel rumoer om de kwaliteit van de ouderenzorg. Kamerdebatten, inspectierapporten, ingezonden brieven van BN-ers drukken ons met de neus op de feiten. Het gaat niet overal goed, soms gaat het zelfs uitgesproken slecht. En het rapport van de IGZ gaat nog maar over 150 verpleeghuizen, hoe zit het met de rest? Hoe moeten de duizenden verzorgenden zich voelen te midden van al dit geweld? En vooral, hoe zit het met de particuliere huizen, die er inmiddels ook weer volop zijn? Gaat het daar wel goed? Ik voel me uitermate verdrietig en machteloos. Laten we alsjeblieft met elkaar de schouders eronder zetten en het probleem in samenhang en met respect aanpakken. 

<
>

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Ontdek wat deze site jou te bieden heeft