Gastbloggers

Geschiedenis van de zorg is een breed begrip en kan vanuit verschillende kanten bekeken worden. Het gaat erom welke vraag je stelt en welke bronnen je gebruikt om je probleem op te lossen. Om juist die verschillende kanten te belichten, nodigen we met enige regelmaat deskundigen uit om over een actueel of historisch thema een gastblog te schrijven. In dit dossier staan ze allemaal op een rij met hun interessante visies. Zo blijft de geschiedenis van verpleging en verzorging levend!

Gastblogger Hugo Schalkwijk over 30 jaar hiv/aidszorg

Deze zomer ging het project ‘Hun stem gehoord: verpleegkundigen in de frontlinie, strijd tegen de aidscrisis: 1982-1996’ van start. Publiekshistoricus Hugo Schalkwijk interviewt hiervoor verpleegkundigen die zich op een speciale manier hebben ingezet in de zorg voor mensen met hiv en aids.

Mooiste tijd uit de carrière

Voor sommigen was het een roeping, anderen rolden er min of meer toevallig in. Wat de geïnterviewde verpleegkundigen echter met elkaar gemeen hebben, is dat ze hun tijd in de zorg voor mensen met aids de mooiste uit hun carrière vonden. Dat was niet in de minste plaats door de vrijheid die ze hadden om hun rol als verpleegkundige in te delen.

Verpleegkundigen in de frontlinie

Die vrijheid was er onder andere doordat de medische wereld maar weinig te bieden had voor aidspatiënten. Er bestond geen effectief medicijn tegen aids. Aidspatiënten, in de begintijd vooral jonge homoseksuele mannen, stierven vaak kort na diagnose. De heftigheid van de ziekte en de bijzondere patiëntengroep trok een aantal verpleegkundigen aan die, ondanks het ontbreken van medicijnen, aidspatiënten de zorg wilden bieden waar zij recht op hadden.

Verpleegkundig consulenten hiv/aids

De eerste polikliniek voor aidspatiënten werd in mei 1985 geopend in het AMC. Dit gebeurde voor een groot deel op initiatief van de pas benoemde verpleegkundig aidsconsulenten. Op deze poli werkten zij op een voor die tijd ongekende, gelijkwaardige manier samen met de specialisten. Zij hadden hun eigen spreekuren, waarin ze extra aandacht hadden voor de psychosociale gezondheid van de patiënten én hun partners. Daarnaast verzorgden zij de voorlichtingen voor hun collega gezondheidswerkers uit het hele land.

30 jaar hiv/aidszorg

Door het bestaan van goede medicatie hebben de consulenten hiv/aids tegenwoordig een heel andere baan. “Ik begeleid mensen nu jarenlang, zie ze opgroeien en relaties krijgen. Men gaat nu jaren mee.” Dat de patiënten nog altijd goede zorg krijgen komt niet in de minste plaats door de verpleegkundig consulenten. Dat zij hun patiënten nu ook oud zien worden is een mooie constatering na ruim 30 jaar hiv en aidszorg.

<
>

Gastblogger Leo van Bergen over de verpleegster als moeder

Medisch-historicus Leo van Bergen signaleerde dat verpleegsters in WO I een speciaal imago hadden. Hij schreef er het artikel ‘Tussen heilige en hoer’ over, onlangs gepubliceerd in het NMTG 70. Een pittige titel, die vragen oproept. Daarom schreef hij er voor ons deze blog over.

De ultieme moeder

Al sinds het schrijven van mijn proefschrift over het Nederlandse Rode Kruis in de jaren negentig is de rol van de verpleegster vast onderdeel van mijn historisch onderzoek naar het belang van geneeskunde voor oorlogvoering. Ik kwam er toen namelijk achter wat voor een impact een bepaald beeld over de vrouw op het werk van verpleegsters kan hebben. In het kort kwam dat beeld in het begin van de twintigste eeuw in Nederland en elders, erop neer dat de oorlogsverpleegster als een moeder voor de gewonde soldaat moet zijn. Het enige wat ze nodig heeft, is een zachte hand en een warm hart. Ofwel: verpleging is niet echt een beroep maar een soort mantelzorg die het liefst gratis en voor niks moet worden geleverd.

De Nederlandse oorlogsverpleegster

In Nederland werden in 1910 voor het eerst enkele verpleegsters toegelaten in een militair hospitaal, dat te Utrecht. Het was een experiment waar zeker niet iedere medisch militair enthousiast over was. In de ogen van enkelen was het zelfs grotendeels als mislukt te beschouwen. Volgens een in 1917 verschenen rapport over de erbarmelijke staat van de militair-medische zorg tijdens de voorafgaande jaren van grote mobilisatie, was die mislukking geheel en al te wijten aan ‘de vrouwelijke eigenaardigheden’. Dat die niet nader werden gespecificeerd, kan alleen maar betekenen dat verondersteld werd dat de mannelijke lezers precies wisten waar de rapporteurs het over hadden.

De Eerste Wereldoorlog in de context

Vreemd aan deze Nederlandse opstelling is dat in toen de buiten haar landsgrenzen woedende oorlog, verpleegsters volop en veelal tot grote tevredenheid werkzaam waren – inclusief een flink aantal Nederlandse verpleegsters in zogenaamd neutrale ambulances. Dit wil niet zeggen dat het beeld over hen fundamenteel van dat van de ‘warmbloedige moeder’ verschilde. Over het wie en wat van hen is al het nodige geschreven. Maar wat had het in de oorlogspropaganda volop gebruikte dan wel misbruikte moederbeeld voor gevolg voor hun werk? Wat waren de consequenties van dat werk voor henzelf, waarbij velen van hen voor het eerst, en massaal, met naakte mannenlijven werden geconfronteerd? Wat was de verhouding tussen de beroepsverpleegsters, die hun werk wel degelijk beschouwden als een professie waarvoor zij gewoon goed betaald moesten worden, en de vrijwillige verpleegsters, die dachten een goed hart te hebben en dus voor het werk geschikt te zijn? En zo waren er nog veel meer voor die specifieke tijd en plaats typerende omstandigheden. Die hadden uiteraard invloed op het werk zelf en het beeld dat de verpleegsters van hun werk hadden. Maar zij hadden ook invloed op het beeld dat militairen, artsen, patiënten en mannelijke verplegers van hen hadden. Dat beeld nu fluctueerde tussen heilige en hoer.

Lees het artikel Tussen heilige en hoer (eerder verschenen in Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift (NMGT) 70).


Leo van Bergen is medisch historicus, momenteel werkend aan een boek over de Nederlandse militair geneeskundige dienst van Napoleon tot en met de dekolonisatieoorlog. Voor meer informatie zie www.leovanbergen.nl

<
>

Gastblogger Hugo Schalkwijk over verpleegkundigen in de frontlinie

Deze zomer startte het FNI het project ‘Verpleegkundigen in de frontlinie. Strijd tegen de aidscrisis, 1982-1996’. Publiekshistoricus Hugo Schalkwijk interviewt hiervoor verpleegkundigen die zich op een speciale manier hebben ingezet in de zorg voor mensen met hiv en aids. Hij schreef voor ons een gastblog.

Getuigen als bron

Als publiekshistoricus houd ik mij vooral bezig met het toegankelijk maken van geschiedenis voor een groot publiek. Het liefst haal ik mijn informatie en inspiratie niet uit boeken, maar uit de verhalen van mensen zelf. In mijn ogen zijn mensen namelijk de meest waardevolle bron van de geschiedenis. Niet omdat het menselijk geheugen nou zo feilloos is, maar omdat geschiedenis veel meer is dan een verzameling jaartallen en feiten. Geschiedenis leert en inspireert, en persoonlijke verhalen doen dat juist als geen ander.

Waarom de aidsepidemie?

Als je leest over de aidsepidemie dan gaat het vaak over de grote wetenschappelijke doorbraken en wereldberoemde arts-onderzoekers. Maar ook verpleegkundigen namen snel een belangrijke rol op zich in de zorg voor mensen met aids. Mede door hun inzet kon er ondanks een gebrek aan werkende medicijnen, tóch goede zorg worden geboden.

Kwetsbare verhalen

Helaas horen we deze verhalen maar weinig terug. Daarom is het belangrijk om, nu het nog kan, hun verhalen actief te verzamelen. Doen we dat niet, dan zullen de verhalen in de loop der tijd verdwijnen. Met het risico dat de rol die verpleegkundigen speelden in de aidsepidemie, wordt vergeten. Dat, terwijl deze verhalen uiterst waardevol kunnen zijn voor de jongere generaties verpleegkundigen.

Eerste indrukken

Het project is met groot enthousiasme ontvangen door de verpleegkundigen die ik tot nu toe heb gesproken. Er is bij hen een voelbare drive om de verhalen te vertellen en over te dragen. Dat enthousiasme is aanstekelijk en een extra drijfveer om er een zo mooi mogelijk project van te maken!

<
>

Gastblogger Ellen Boonstra over verpleegstersromans

Verpleegkundige (n.p.) Ellen Boonstra verzamelt al jarenlang verpleegstersromans en doet onderzoek naar de rol van de leerling in deze populaire meisjesboeken. Onlangs besloot ze de resultaten te publiceren in de glossy ‘Nu ben ik verpleegster’. Haar ervaring beschrijft ze in deze blog.

Strenge hoofdzusters

Meisjesboeken! Ik las, nee ik verslond ze in mijn tienerjaren. Het liefst las ik meisjesboeken over de verpleging, want dat ik verpleegster wilde worden, wist ik al lang. Blijkbaar gaf de inhoud van die boeken me een realistische kijk op de werkelijkheid van het verpleegstersvak, want ik vond het helemaal niet raar toen op de eerste werkdag een potige hoofdzuster me de zusterpost uitbonjourde. Ik mocht de overdracht van de nachtdienst niet meemaken. Daar stond ik dan te wachten op de gang totdat diezelfde hoofdzuster me de afdelingskeuken injoeg en aan de afwas zette. Strenge hoofdzusters en huishoudelijk werk. In meisjesboeken had ik daar al veel over gelezen.

De verzameling

Mijn meisjesboeken, met titels als zuster Anneke, zuster Gon en zuster Juuls troostprijs, verhuisden van het tomadorekje thuis naar de twee muisgrijze houten boekenplanken aan de muur van mijn kamer in het zusterhuis. De afgelopen 25 jaar struinde ik boekenmarkten en later het internet af om mijn verzameling aan te vullen. Die verzamelwoede moest ooit leiden tot een artikel over de inhoud van die boeken, maar er gebeurde altijd wel iets wat me afhield om aan de slag te gaan.

Het Eureka-moment

Toen ik een jaar geleden de wervingsfolder terugvond die ik in 1972 kreeg bij mijn sollicitatie naar een opleidingsplaats in het Vlaardingse Holy Ziekenhuis, wist ik opeens hoe ik het aan moest pakken. Hé, dacht ik, toen ik deze folder met de titel Het Dagboek van Lea, de leerling-verpleegster doorlas. Lea roert onderwerpen aan die ook in de meisjesboeken voorkomen. Dat bleek het Eureka-moment. Ik maakte een stuk of twaalf tabellen aan, voor elk onderwerp één, (denk daarbij aan de eerste nachtdienst, de confrontatie met de dood van patiënten etc.) en herlas de negentien boeken, maar nu met een potlood in de hand. Kwam ik één van de onderwerpen tegen, dan zette ik een potloodstreepje naast de tekst en die typte ik dan weer over in de juiste tabel. Zo was het opeens heel gemakkelijk om de teksten uit de meisjesboeken over een bepaald onderwerp met elkaar te vergelijken.

Concentratie en discipline

Eindelijk kon ik geconcentreerd en gedisciplineerd aan de slag. Want zonder dat lukt het me niet om iets zinnigs te schrijven. Wat een geluk dat die eigenschappen er in mijn leerlingentijd zijn ‘ingeramd’. Na een vergeefse poging om mijn artikel te slijten aan een uitgever, besloot ik het in eigen beheer uit te geven. Onze zoon installeerde InDesign op de computer en downloadde een online cursus. Al snel had ik de smaak van het opmaken te pakken. Toen moest alleen de omslag nog. Onze dochter, net succesvol afgeslankt bij de Weight Watchers, zat het keizerslinnen als gegoten. Zuster Iet stak uit de schortzak en de gele muur in onze slaapkamer deed de rest. Klik, daar was de omslag. Klaar, eindelijk af. Mijn man werd mijn enige crowdfunder en het resultaat mailde ik naar de drukker. Een paar dagen later leverde de aardige bezorger van PostNL de doos af met zeventig exemplaren. Blij en tevreden ben ik over het resultaat.“Nu ben ik verpleegster” is met liefde gemaakt en brengt een ode aan al die meisjes en jongens die voor de verpleging kozen en kiezen. En wat een eer dat Nannie Wiegman de uitgave omarmt en opneemt in de bibliotheek van het FNI.

‘Nu ben ik verpleegster’ telt 67 pagina’s, rijk voorzien van beeldmateriaal, literatuur en bronnen. De glossy kost €10,00 (met verzendkosten € 13,90). Als je belangstelling hebt, kun je me een mail sturen (ellen@warande30k.nl).

<
>

Home

Welkom op de website van het Florence Nightingale Instituut. Hier vind je allerlei themadossiers over de geschiedenis van de verpleging en verzorging. Ontdek hoe het vak zich door de jaren heen ontwikkeld heeft. Maak kennis met belangrijke vrouwen uit het vak. En deel deze informatie met anderen.

Canon

Bekijk hier de tijdlijn van de geschiedenis van de verpleging en verzorging, van 1800 tot nu

Bekijk dit dossier

<
>

Opdrachten voor het onderwijs

Speciaal voor MBO- en HBO studenten: ruim 20 educatieve opdrachten over de geschiedenis van de zorg

Bekijk dit dossier

<
>

Kraamzorg thuis

In Nederland was thuis bevallen de normaalste zaak van de wereld, ook nadat in andere westerse landen de medicalisering van de geboorte toenam. Nederlandse vrouwen kregen hun baby lange tijd liever thuis dan in het ziekenhuis. De kraamzorg heeft dus een lange historie.Toch daalt het aantal thuisbevallingen aanzienlijk. Hoe gaat dat verder en wat betekent die afname voor het beroep van kraamverzorgende? In dit dossier vind je de geschiedenis van de kraamzorg vroeger en nu.

Hall of Fame

Wie zijn ze, die vrouwen en mannen uit de geschiedenis die het beroep van verpleegkundige en verzorgende groot gemaakt hebben? Natuurlijk kent iedereen Florence Nightingale wel, maar al die andere ambassadeurs en voorbeelden verdienen ook onze aandacht. Hier zijn ze!

Verplegen in de thuiszorg

Thuiszorg is een koepelbegrip dat wijkverpleging, gezinszorg, kraamverzorging, ouderenzorg en zorg voor chronisch zieken en gehandicapten omvat. Nu ingrijpende wijzigingen in de zorg voor de deur staan, leidt het begrip thuiszorg nogal eens tot spraakverwarring.Hier lees je meer over de geschiedenis en historie van de thuiszorg.

Verplegen in de wijk

Wijkverpleging staat volop in de schijnwerpers. Vergrijzing en bezuiniging maken dat de thuiszorg op een andere manier georganiseerd moet worden. Huishoudelijke hulp komt bij gemeenten te liggen, terwijl verpleging en verzorging een taak van de wijkverpleging blijven. De roep om de ‘ouderwetse wijkverpleegster’ weerklinkt. De vraag is dan natuurlijk wat voor iemand dat was. Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de wijkverpleging.

Verplegen in het ziekenhuis

Waar verplegen we de patiënt. Thuis of in het ziekenhuis? Tegenwoordig worden patiënten - onder andere uit kostenoverwegingen - eerder naar huis gestuurd dan 25 jaar geleden. Verpleegkundigen krijgen daarom steeds meer alleen met ernstige zieken te maken. Hoe was dat in de 19e en de 20e eeuw? Hoe zagen ziekenhuizen er uit? Bestonden verpleegkundigen al en wat deden ze toen? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van het ziekenhuis.

De GGZ

Mensen met psychische stoornissen blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen. Ze worden ambulant behandeld of zelfs via internet. Patiënten heten cliënten. Oppassers en bewaarders hebben plaatsgemaakt voor verpleegkundigen of verpleegkundig specialisten in de GGZ. Lees hier meer over de geschiedenis en de historie van de GGZ.

Verplegen in de Z

Eeuwenlang zijn termen voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten door elkaar gebruikt. De haast eindeloze opsomming varieert van zwakzinnigen tot idioten, debielen, imbecielen, achterlijken, onvolwaardigen, onmaatschappelijken, onnozelen, waanzinnigen, gekken en dwazen. Bij verstandelijk gehandicapten of zwakzinnigen is er altijd sprake van gebrekkige verstandelijke vermogens. Het is een groep die niet of moeilijk voor zichzelf kan zorgen. De kwetsbaarheid is gebleven, maar tegenwoordig spreken we over ‘mensen met mogelijkheden’. Hoe komt dat zo? Lees hier alles over de geschiedenis en historie van de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Gezinszorg

De professional die organisatorische taken in een gezin overneemt, heet sinds 1997 verzorgende of helpende. Ook namen als thuisbegeleidster, ouderenhelpster of gezinshulp komen voor. Ze zijn afgeleid van de beroepsbeoefenaren die vanaf begin 20e eeuw in de gezinsverzorging werkzaam waren. Zij waren de praktische vervangsters van moeders, die hun taken in het gezin niet konden vervullen. Er werden hoge eisen aan hen gesteld. Hoe is het beroep van huisverzorgster - zoals de gezinsverzorgende vroeger heette - veranderd? Lees hier alles over de geschiedenis en de historie van de gezinszorg.

1895 - 1945

Particulier initiatief

In de 19e eeuw was de zorg voor het gezin de taak van de moeder. Als zij ziek was, had dat vaak dramatische gevolgen. Het grootste risico liepen arme huishoudens waar de vader en moeder allebei moesten werken. Het inkomen viel weg en het huishouden ontspoorde. Om ontwrichting van die gezinnen te voorkomen, riepen vermogende particulieren vanaf 1895 verenigingen in het leven. De eerste was ‘Hulp in het Huisgezin’ in Deventer en daarna volgden initiatieven in andere steden in hoog tempo. Ook de verzuilde kruisverenigingen, die vanaf het eind van de 19e eeuw het licht zagen, richtten zich op verbetering van verzorging van het gezin.

<
>

Canon van de gezinszorg

Een overzicht van de lange geschiedenis van de gezinsverzorging.

Bekijk dit dossier

’Hulp in de Huishouding’

Deze helpster van de Katholieke Vereniging ‘Hulp in de Huishouding’ vervangt de moeder in het gezin. Ze schenkt koffie voor vader en verstelt tussen de bedrijven door het linnengoed met de Singer naaimachine. Het kindje kijkt onwennig naar deze rijzige dame in wit uniform.


Titel
  • Helpster van ’Hulp in de Huishouding’

Periode
  • Van 1939 tot 1940





<
>

Handnaaimachine

De komst van de naaimachine verlichtte het werk van gezinsverzorgsters enorm. Het stoppen van sokken en kousen bleef een hele klus, maar dankzij de handnaaimachines, waarvan het merk Singer buitengewoon populair was, konden intensieve naaiklussen en verstelwerk sneller uitgevoerd worden. Tijdens de opleiding kwam ...

... het werk met hand- of trapnaaimachine ook aan bod. Men moest stukjes in lakens, overalls of blousjes kunnen zetten, en geblokte of gebloemde stoffen op een goede manier kunnen verstellen.


Titel
  • Handnaaimachine gebruikt in de gezinsverzorging

Periode
  • Van 1880 tot 1940





<
>

Beantwoord deze vraag en ontdek welke themadossiers voor jou interessant zijn.

De voor jou geselecteerde dossiers verschijnen naast elkaar. Je kunt via het pijltje in de rode balk aan de zijkant van het dossier verder klikken.

Verberg Ontdek wat deze site jou te bieden heeft